Voeding van de drachtige merrie

Veel fokmerries zitten momenteel nog in de laatste maanden van hun dracht. Dit is een cruciale fase in de ontwikkeling van het ongeboren veulen. We gaan dan ook graag even dieper in op de voedingsbehoeften van drachtige merries.

 

De eerste 5-6 maanden van de dracht ontwikkelt de foetus zich nog zeer traag en is de behoefte aan energie en eiwitten van de fokmerrie vrij laag. In veel gevallen voldoet een kwalitatief ruwvoeder om in de voornaamste voedingsbehoeften te voldoen. Aanvulling van het rantsoen met een goede vitaminen- en mineralenbalancer is wel aan te bevelen om de gezondheid en weerstand op pijl te houden. Een goed uitgebalanceerde likemmer kan ook een praktisch alternatief zijn voor merries die in groep gehuisvest (of op de weide) staan. Fokmerries die nog bereden worden hebben uiteraard wel hogere energiebehoeften en worden best gesupplementeerd met een kwalitatief krachtvoeder. Ook merries die te mager zijn kunnen in deze fase wat extra krachtvoeder krijgen om in een betere conditie te komen.

 

Vanaf de 5de maand van de dracht verhoogt de behoefte aan energie en vooral eiwitten voor de ontwikkeling van de placenta en met name in het laatste trimester van de dracht ontwikkelt het ongeboren veulen zich zeer snel. Naar het einde van de dracht verhoogt de eiwitbehoefte zich dan ook met meer dan 40%! De energiebehoefte stijgt met ongeveer 25-30%. Het is dan ook belangrijk om naar het einde van de dracht de conditie van de merries goed op te volgen. Sommige merries zullen hun conditie op pijl kunnen houden door meer ruwvoeder op te nemen, andere merries zullen zelf lichaamsconditie gaan verliezen omdat ze veel voedingstoffen aan het veulen geven. Deze merries hebben dan ook nood aan krachtvoeder supplementatie. Merries zijn aan het einde van de dracht best iets ruimer in conditie (zonder te vet te zijn uiteraard) om een goede melkproductie tijdens de lactatie mogelijk te maken.

 

Naast energie en eiwitten hebben drachtige merries het laatste trimester ook een verhoogd behoefte aan bepaalde sporenelementen, vitaminen en mineralen. Zo is aangetoond dat de koperbehoefte voor het ongeboren veulen sterk stijgt. Merries die te weinig koper krijgen tijdens de dracht geven veulens met een verhoogd risico op OCD’s. Daarnaast spelen mineralen zoals calcium, fosfor en magnesium een belangrijke rol in de botvorming van het veulen. Vitaminen A, E en beta-caroteen zijn dan weer belangrijk om de weerstand van de merrie rondom het veulenen op pijl te houden en om voldoende kwalitatieve biest te produceren zodat het veulen een goede start kent.

 

VitaMinalia Equine OPTIGROW is ontwikkeld om de fokmerrie aan het einde van de dracht (en tijdens de lactatie) optimaal te ondersteunen met hoogwaardige eiwitten, vitaminen, zeer goed opneembare sporenelementen en mineralen. Zodat u uw veulen de best mogelijk start kan geven!

 

Aarzel niet om ons te contacteren in geval van bijkomende vragen!

Leave a Reply

Your email address will not be published.